STABAT MATER
Het Stabat Mater van Haydn is een stuk voor vierstemmig koor en solisten.
De tekst vertelt over Maria die onder het kruis van haar stervende zoon Jezus staat.
Het Stabat Mater behoort met het Ave Maria en het Maginificat (de aankondiging van Jezus geboorte) tot de bekendste Mariahymnen die door vele componisten op muziek zijn gezet.
Haydn componeerde zijn Stabat Mater in 1767. De oorspronkelijke tekst van het Stabat Mater stamt uit de 13de eeuw.
De liturgische versies van het Stabat Mater zijn eerder zeldzaam. Haydn kende zonder twijfel de beroemde werken van Pergolesi en van Scarlatti, maar in Oostenrijk was er op dat ogenblik geen recent voorbeeld met die tekst voorhanden. De hoofdreden daarvoor was, dat de liturgische uitvoeringsmogelijkheden van een Stabat Mater beperkt waren tot Goede Vrijdag en het Feest van de Zeven Weeën (15 september). Elke potentiële componist moest bovendien de niet te onderschatten strijd aangaan met een lange, sombere tekst zonder dramatische hoogtepunten of poëtische afwisseling. Bij Haydn resulteerde die uitdaging in een werk dat met zijn rijke expressie een keerpunt vormde in zijn stijlevolutie. Het werk is opgebouwd rond vijf koren, van elkaar gescheiden door zeven arias en een duet.
Van al zijn religieuze composities was het Stabat Mater nog tijdens zijn leven Haydns meest geliefde werk.
De Stabat Mater tekst is geschreven in de 13e eeuw en wordt vaak toegeschreven aan Jacopo da Todi, een Franciscaner monnik. De rol van Maria in deze tekst als Mater dolorosa - een individuele, menselijke, lijdende moeder - is typerend voor de Mariaverering zoals deze in de late middeleeuwen ontstond. Daarvoor was Maria een veel objectievere, niet-persoonlijke figuur als Moeder van de Verlosser of als Hemelkoningin.
Het Stabat Mater behoorde, net als het beroemde Dies Irae, tot een nieuw genre tekst en muziek, de zogenaamde sequens, waarvan er na een grote bloeiperiode in de late middeleeuwen, na het Consilie van Trente (1545-1563) maar vier in gebruik bleven. De rest werd afgeschaft
Het Stabat Mater werd pas in 1727 officieel opgenomen in de Roomse liturgie. Men spreekt dan over het Feest van de Zeven Smarten van Maria. De Latijnse tekst volgt een eenvoudig rijmschema AAC BBC DDF EEF (enz.). Het beeld van de wenende moeder naast het kruis waar Christus stervende is, bepaalt het gehele gedicht.
Niet alleen de smart van Maria, maar ook het fysieke lijden van Christus wordt bezongen. De dichter spreekt ook de toeschouwer aan om mede te lijden en vraagt als de ik-persoon zelf aan Maria om hem met de wonden van Christus te doorwonden. Dit alles om niet te branden in de hel, maar het paradijs te verwerven
|
Stabat Mater |
|
Vertaling Helene Nolthenius |
Vertaling Hans van der Velden |
|
Stabat Mater dolorosa Iuxta crucem lacrimosa Dum pendebat Filius |
1 |
Naast het kruis, met wenende ogen, stond de Moeder droefgebogen, waar haar zoon te lijden hing. |
De diepbedroefde Moeder Stond wenend bij het kruis Terwijl haar Zoon daar hing. |
|
Cuius animam gementem Contristatam et dolentem Pertransivit gladius |
2 |
Ach, hoe haar door het zuchtend harte, medelijdend met zijn smarte, het zwaard van droefheid henenging. |
Haar klagende ziel, Medelijdend en vol smart, Werd als door een zwaard doorstoken |
|
O quam tristis et afflicta Fuit illa benedicta Mater unigeniti! |
3 |
O, hoe weende in pijn en rouwe, die gebenedijde vrouwe, Moeder van Gods enige Zoon |
O hoe bedroefd en aangedaan Was die gezegende Moeder van de Enig-geborene! |
|
Quae moerebat et dolebat, Pia Mater, dum videbat Nati poenas incliti |
4 |
Ach hoe treurde en hoe streed zij, Ach wat moederangsten leed zij, ziende hem ten spot en hoon |
Die rouwde en treurde, de vrome Moeder, terwijl ze zag De foltering van haar glorieuze zoon |
|
Quis est homo qui non fleret, Christi Matrem si videret In tanto supplicio? |
5 |
Wie, die zonder mede rouwen Christus moeder kan aanschouwen in zo wrede foltering? |
Welk mens zou niet huilen Bij het zien van Christus Moeder In zo een marteling? |
|
Quis non posset contristari, Piam Matrem contemplari Dolentem cum Filio? |
6 |
Wie wil niet in droevig wenen met Maria zich verenen, lijdend met haar lieveling? |
Wie zou niet mede lijden Bij het aanschouwen van de vrome Moeder Lijdend samen met haar Zoon? |
|
Pro peccatis suae gentis Vidit Iesum in tormentis, Et flagellis subditum. |
7 |
Voor de zonden van de zijnen zag zij Jesus zo in pijnen en door gesels wreed gewond |
Voor de zonden van zijn volk Zag zij Jesus bij de folteringen En een geseling ondergaan |
|
Vidit suum dulcem natum Moriendo desolatum Dum emisit spiritum |
8 |
Gans alleen zag zij hem lijden, troosteloos de doodsstrijd strijden in zijn laatste stervensstond. |
Zag zij haar geliefde zoon Sterven in eenzaamheid Toen hij de geest gaf |
|
Eia Mater, fons amoris Me sentire vim doloris Fac, ut tecum lugeam |
9 |
Geef, o Moeder, bron van liefde, dat ik voele wat U griefde, dat ik met U medeklaag. |
Ach Moeder, bron van liefde Laat mij de kracht van het verdriet voelen Opdat ik met U treuren kan |
|
Fac, ut ardeat cor meum In amando Christum Deum Ut sibi complaceam |
10 |
Dat mijn hart ontgloei van binnen, in mijn Heer en God te minnen, dat ik Hem alleen behaag. |
Maak dat mijn hart gaat branden Bij het houden van Christus de Heer, Opdat ik Hem behage |